Beginnen met paardentractie

Gedeelten uit een interview met Bert Harmsen uit het tijdschrift Levende Have in 2008

Bert is boer op pachtboerderij De Wolfskuil op het landgoed Middachten in De Steeg (bij Arnhem) en werkt zowel met de trekker als met paarden. Bert daarover: “Werken met paarden is voor mij geen doel op zich, het is een middel. Dus neem ik de paarden voor de dingen die zij het beste kunnen en de trekker voor de dingen waar een trekker goed in is. Dat ik ervoor heb gekozen om met paarden te werken, komt deels voort uit mijn liefde voor paarden. Maar er zijn meer redenen. Een deel van mijn grond valt onder de regeling voor agrarisch natuurbeheer (zie kader). In het geval van de Wolfskuil betekent agrarisch natuurbeheer dat verschillende graslanden in de toekomst aanzienlijk natter zullen worden. Daardoor zal het daar steeds lastiger worden met een trekker in de wei te komen voor bijvoorbeeld maaien en oogsten. De enorme gewichtsreductie die ontstaat zodra je voor paardentractie kiest, komt in deze natte gebieden heel goed uit. In de tuinbouw kies ik voor paardentractie vanwege de snel verbeterende bodemvruchtbaarheid. Doordat het bovendien om relatief kleine oppervlakten gaat is er al snel rendabel te boeren. Tenslotte brengt het werken met paarden echte duurzaamheid in de agrarische productie en dat spreekt me erg aan.”

Vraag: Waarvoor zet je de paarden in en wat is er allemaal met paardentractie mogelijk? Antwoord: “Momenteel gebruik ik de paarden voor verschillende verplegingswerkzaamheden op het veld. Ploegen, aanaarden, onkruid wieden, schoffelen. Omdat we nog in de opstartfase van ons bedrijf zitten gebeurt de hooibouw nu nog met trekkertractie. In de toekomst gaan we ook daar met paardentractie werken, zéker op de nattere percelen. Technisch gezien kun je met paardentractie alles doen wat er in de hedendaagse landbouw nodig is, er zijn geen beperkingen. Wat een trekker goed kan is transport verzorgen over grotere afstanden. Dus bij werkzaamheden op percelen die verder van huis af liggen kies ik er vooralsnog voor niet met paarden te werken, dat kost me te veel tijd.

Vraag: Wie zou je adviseren met paarden te gaan werken en wie vooral niet? Antwoord: “Je moet wel iets met paarden hebben. Als je er niks mee hebt moet je er niet aan beginnen. Dat ‘iets’ kan natuurlijk wel ontstaan, maar dat merk je snel genoeg. Je moet een bepaalde rust in je hebben wil je met paarden kunnen werken. En een bepaalde creativiteit, inventiviteit. Er zijn niet altijd standaard oplossingen zoals een trekker die wel heeft. Als je een trekker en een paard vergelijkt en je doet met beiden hetzelfde, dan ben je heel snel klaar. Pak dan maar gewoon een trekker. Je doet met een paard altijd meer. Je probeert daarom het aantal bewerkingen, de diepte, de aard van de bewerking ook te veranderen. Wanneer je met een trekker werkt, gééft dat ook heel veel werk. Je moet dieper ploegen, je drukt de grond vaster in elkaar, in de wielsporen krijg je veel onkruid. De creativiteit moet dus verder gaan dan: ik moet het land eggen, dat kan ik met een tractor doen of met een paard. Als je met paarden werkt moet je jezelf ook afvragen: wil ik nog wel eggen, moet ik nog wel eggen? Het zaaiklaar maken van land met een tractor geeft een behoorlijke verdichting van de grond. Dat heeft als voordeel dat het zaad veel contact heeft met de grond en dus snel ontkiemt. Maar niet alleen het zaaizaad, het onkruid ook. Er is dus geen winst. Als je met paarden werkt ontstaat er een evenwichtigere bodemstructuur. Hierdoor zul je minder snel last krijgen van schadelijke organismen (schimmels e.d.), die in het kiemstadium toeslaan. Daardoor is het minder belangrijk dat de boel snel op komt.”

Vraag: Is je eigen karakter belangrijk in de omgang met paarden? Antwoord: “Natuurlijk is je eigen karakter belangrijk. Er ontstaat immers altijd een interactie tussen paard en gebruiker. Vroeg of laat ontstaat de situatie dat je aan elkaar went, dat het gaat lopen. Hoe snel je tot resultaten komt als je begint met het werken met paardentractie hangt af van je eigen achtergrond en dus ook karakter. Sommige mensen hebben echt jaren nodig, willen zich alles heel precies stapje voor stapje eigen maken. Andere mensen doen dat in een half jaar, een paar maanden en soms zelfs binnen enkele dagen. We hebben een cursist gehad die nog nooit een paard van dichtbij had gezien. Wel koeien en ander groot vee, maar nooit paarden. Al na de eerste cursusdag pikte je hem er niet meer tussenuit, deed absoluut niet onder voor de andere cursisten waarvan sommigen al járen met paarden bezig waren. Maar zo iemand is natuurlijk een uitzondering. Paarden hebben van nature een groot aanpassingsvermogen. Als de situatie verandert, verandert het paard ook. Dat is een groot voordeel en heeft te maken met het leven in een kudde. Daar moet je je ook telkens aanpassen, de kudde trekt immers steeds weer verder. De omstandigheden wisselen elkaar af.”

Vraag: Wat zijn mooie werkzaamheden waarmee een hobbyboer, zonder uitgebreid te moeten investeren, kennis kan maken in het werken met paarden? En wat zijn daarna zoal de uitbreidingsmogelijkheden? Antwoord: “Als die hobby gepaard gaat met grondgebruik, dan kun je al heel snel een paard inzetten. Als het bijvoorbeeld een grote moestuin is, dan kun je er ploegen, eggen, schoffelen… Is het een weiland waar schapen, geiten of kippen lopen, dan kun je in de verzorging van dat weiland al snel wat doen. Denk aan slepen of mest uitrijden. Is je hobby paardrijden, dan kun je het onderhoud van je bak met datzelfde paard gaan doen. Verder valt te denken aan transport van hout voor de kachel, het onderhoud van hagen en heggen. Afrasteringen maken, materialen verplaatsen… Paard en kar gebruiken als een soort ‘getrokken kruiwagen’. En dan de uitbreidingsmogelijkheden… Alles wat met een kleine tuinbouwtrekker of met een quad kan, kan ook met een paard. Een kleine kiepwagen bijvoorbeeld vergemakkelijkt het werk enorm, als je dat vergelijkt met een plat wagentje waar je alles met de hand op en af moet scheppen. Verder valt te denkan aan een verrijdbare watertank voor de dieren, een weidebloter, het maaien van het gazon, noem maar op.”

Vraag: Waar moet je op letten als je een paard zoekt voor dit werk? Antwoord: “Boven alles moet hij gezond zijn en recht van lijf en leden. En niet omgangsgestoord. Het kopen van een paard en ook het adviseren daarin, is een moeilijk iets. Het moet gewoon klikken. Na de gezondheid is dat denk ik het belangrijkste. Wat verder meetelt is of hij al opgeleid is of nog niet. Het is best moeilijk om een voor dit werk opgeleid paard te vinden. Die zijn er bijna niet. Je kunt wel een paard kopen dat uit de aangespannen sport of recreatie komt, maar dat wil nog niet zeggen dat hij ook geschikt is om landbouwwerk te doen. Dat is een andere vaardigheid en dat moeten ze gewoon leren. Bij het zoeken naar een nieuw paard moet je dus niet alleen kijken hoe hij het aangespannen doet. Laat hem ook maar eens schrikken. Wel voorzichtig natuurlijk en onder geconditioneerde omstandigheden. Bekijk eens wat voor reactiepatroon hij er op na houdt, of hij een beetje koel in het hoofd is. Het is immers niet de vraag òf een paard schrikt, het is alleen de vraag wannéér. Nog belangrijker is: wat doet hij daarna. Heeft hij een halve dag nodig om weer bij te komen, of snuift hij drie keer en loopt dan weer verder. Hoe snel schakelt hij in z’n hoofd, dat is heel belangrijk. Dat opzoeken van grenzen doe je bij voorkeur niet voor een kar, maar bijvoorbeeld in een binnenbak. Dat is veiliger voor jou en voor het dier. Als je zelf groen bent is het verstandig een ouder paard te nemen. Een ouder en ervaren paard heeft normaal gesproken al van alles meegemaakt. Ook als hij alleen het aangespannen rijden kent, dan kan hij toch makkelijker de omschakeling naar landbouwwerk maken.”

Vraag: Is het ene ras geschikter dan het andere? Antwoord: “Ik weet niet of het ene ras geschikter is dan het andere, al zou ik niet direct met een Arabier aan de gang gaan. Die zijn toch wat minder koel in het hoofd. Alhoewel, als ik dit zeg dan staan er natuurlijk meteen liefhebbers van Arabieren op om te zeggen dat dit helemaal niet waar is. In principe is elk paard aan te spannen. Zelf heb ik heel bewust voor Belgen en Vlaamse paarden gekozen. Daar heb ik heel zorgvuldig naar gekeken. Gezien de werkzaamheden hier op het bedrijf wil ik in ieder geval paarden hebben met een behoorlijk staptempo. Een beetje boven normaal. Bijna alle werkzaamheden vinden in stap plaats. Ik zorg ervoor dat die werkzaamheden licht zijn, zodat ze hun tempo kunnen vasthouden. Maar dan moeten ze dat tempo wel kunnen máken. En zo ben ik hier op uitgekomen. Het hadden ook Groningers of Geldersen kunnen zijn. Maar naast mijzelf moeten ook anderen met ze kunnen werken. En bij Gelderse paarden zitten de benen toch iets losser (lees: ze slaan eerder) dan bij Belgen. Voordeel van de Vlaamse paarden is dat de gemiddelde levensduur hoger is dan van de Belgen, of de ‘Nederlands-Belgische trekpaarden’, zoals ze officieel heten. Het is toch een probleem, dat wanneer je er drie, vier jaar over doet om een paard volledig op te leiden, dat je dan na vijf, zes jaar alweer afscheid moet nemen omdat hij versleten is. Of om wat voor reden dan ook. Dat is naar verhouding een investering, die geen rendement opgelevert. De energie en de tijd die je stopt in een goed paard, moet renderen in een lange levensduur. Paardentractie biedt trouwens ook kansen voor paarden die niet meer in staat zijn tot forse prestaties. Die bijvoorbeeld te oud zijn om er nog op te rijden. Er zijn genoeg lichte klusjes te bedenken die zo’n dier nog wél kan. Zoals aanaarden in een aardappelveldje of een bak slepen met een klein sleepje. Dit kost haast geen kracht, het is gewoon lol, geeft plezier. Het paard heeft nog wat te doen en hoort er bij. Zo kun je een zinvolle oudendagbesteding geven aan een pony waar de kinderen uitgegroeid zijn. Waar je als ouder als het ware mee ‘opgezadeld’ zit.”

Vraag: Waar moet je op letten als je oude apparatuur koopt voor paardentractie? Antwoord: “Als je de kans krijgt twee identieke machines te kopen, doe dat dan, dan kun je eventueel onderdelen uitruilen. Vaak zul je echter zien dat de meest bewegende delen erg versleten zijn en dat geldt dan meestal voor beide werktuigen. Er zijn bijvoorbeeld best nog paardenmaaiers in vrij goede conditie te vinden. Soms zijn er zelfs nog nieuwe onderdelen te krijgen. De vraag is alleen of je wel met zo’n machine wilt werken. Met paarden maaien is toch wel een vak apart en voor paarden erg zwaar. Het blijft namelijk sleuren. Heb je een kleinere oppervlakte te maaien, dan krijgen de paarden de kans niet om conditie op te doen en aan het werk te wennen. Heb je een grotere oppervlakte, dan ga je al snel capaciteit missen. In beide gevallen is er dus veel voor te zeggen om bij het maaien te kiezen voor een variant met hulpmotor. Nog vaak goed bruikbare oude werktuigen zijn bijvoorbeeld weideslepen, ploegen, eggen, een platte wagen. Hoewel van oude ploegen de ploegscharen en/of de risters vaak wel een heel eind versleten zijn. Dat is iets om op te letten.”

Vraag: Vinden paarden landbouwwerk leuk? Kun je een paard overbelasten, overvragen en zo ja, hoe merk je dat? Antwoord: “Je moet het paard de kans geven het leuk te gaan vínden. Je moet zorgen dat hij heeft léren werken en conditie heeft kunnen opbouwen. Probeer het werk steeds licht en afwisselend te houden. Als je een paard niet overvraagt, voorkom je dat hij zowel letterlijk als figuurlijk verzuurt. Letterlijk verzuren is verzuren in de spieren –spierpijn- en als verzuren gedrag wordt, dan ziet hij, als je hem komt halen, ‘de bui al hangen’. Dan gaan de oren in de nek: ‘o daar komt de baas aan’. Wat daartegen helpt is een paard regelmatig pauze geven. Bijvoorbeeld in plaats van elke dag werken, telkens een dag overslaan. Dan is hij zijn spierpijn kwijt en de eerdere inspanningen vergeten. Als je te veel van je paard vraagt zal hij weigerachtig worden en wil dan niet meer voor je gaan. Je kunt dit stadium vóór blijven door er op te letten dat hij zijn werk wil blijven doen, zonder dat je hem daartoe moet aansporen. Tegen een paard dat netjes z’n werk doet, moet je niets zeggen. Behalve een keer ‘braaf’ of ‘goed’ of iets geruststellends. Als je continu moet aansporen met ‘kom op’, ‘ga door’ etc. loop je niet alleen zelf een reële kans om te verzuren, maar ook je paard. Wat je dan moet gaan doen is schakelen in het tempo, het werk lichter maken, de perioden verkorten. Liever ’s ochtends een uurtje en ’s middags een uurtje, in plaats van in één keer twee uur achter elkaar.”

Vraag: Hoeveel uur per dag kan een paard werken en hoeveel kan je hem laten trekken? Antwoord: “Een goed getraind paard kan, als de belasting niet hoger komt dan 20% à 25% van zijn lichaamsgewicht, acht uur in duurarbeid werken en dat zes dagen per week. In stap, met zijn normale stapsnelheid. Wordt die snelheid hoger, dan neemt de kracht navenant af. Ga je draven dan kom je misschien nog maar op 8% à 9% uit. Voorbeeld: je wilt gaan ploegen met een goed getraind paard van zo’n 600 kilo. Dan kan dat dier dus 120 tot 150 kilo trekkracht in duurarbeid opbrengen. Van de mens is bekend dat die in staat is ‘explosief’ zo’n honderd kilo te trekken. Dan zou je dus met een uiterste krachtsinspanning die ploeg een halve meter door de grond moeten kunnen trekken. Als je dat kunt, dan weet je dat je onder de honderd kilo trekkracht zit.”